Tijdsflitsen
De avondschemering rust op de natte vorsten van de daken aan de overkant. Overal glanzen de dakpannen zompig. In de dakgoot laat een kruisspin zich lekker meedrijven tot de regenpijp die kolkt en grombelt. Diep daaronder hoort de kruisspin (men kent haar spreekwoordelijke absolute gehoor) het riool klateren en trispelen.
De oude regenton, met ijzeren banden bijeengehouden, heeft er een buikje rontelom van gekregen. Pas na vele vele buien, dat spreekt voor zich. De naaktslakken kruipen sissend van de warmte van gisteren juichend over het tegelpad. gevaar is er toch niet.
De merels zijn weggedoken, ver weg in hun onnavolgbare dromen, vrij van door mensen gemaakte beelden. De helderheid van de dag ligt nu dan toch beschaduwd in de schemer. Schemerlampen vullen de tuinen, net als de weerspiegelingen in de weilanden van een avondtrein. Ook in Marum gaan nu de daken langzaam op in het avondduister.
Wolken als vissen komen geruisloos aangezwalkt
ze maken het geelgroene gras hier koudgroen. Het hemelblauw maakt plaats voor grijsgele luchten: de Avant Garde van de naderende buien is gearriveerd.
Hier, ver daarbeneden, worden dan ook haastig ritssluitingen opgetrokken, knopen in knoopsgaatjes geduwd en hier en daar worden, tzijn blijkbaar oude schoenen, veters gestrikt die nog even omhelst worden door slierten gras. Het openlucht bad stroomt dus ijlings leeg, qua mensen natuurlijk, men ziet de bui al hangen.
Omkijkend ligt het grasveld er nu volledig ontvolkt bij, ook de zwembaden ogen leeg van mensen, groot en klein. Het water in de baden, nu groenig blauw weerspiegelend, ligt wijduit gereed om de ongetwijfeld tomeloze bui-druppels te ontvangen en een plaats te geven.
Maar plots, alsof er toch de verkeerde luchten hierheen gedreven zijn, waait alles weer langzaam blauw. Het gras licht weer aarzelend geelgroen op. En ritssluitingen gaan snel weer naar beneden, knopen worden weer uit de knoopsgaten getrokken. Billen schudden zich even uit en herpakken zich weer in fijne kleine gekleurde slipjes, zittend of deinend.
De zon
schijnt zonder schaduwen
de hemel is omfloerst
winden suizen met hun eeuwige klanken over bergen en vlakten.
verderop hoest een mens,
gelijk een nors verkouden schaap in de ochtenddauw.
De bloemen, toch vanaf dat ze uit de zaadzakjes kwamen al heel wat gewend, buigen de frxeale steeltjes. Als een bulderstorm in een minzaam perkje raast de wind snel voorbij, achter zichzelve aan.
Desondanks blijven de kleuren bij de juiste bloemen, daar kan geen wind immers iets aan veranderen.
Een wolk als een mislukte Reuze teddybeer, en hier wordt echt een REUZE bedoeld, hangt boven het platgedakte wooncomplex aan de andere zijde van de straat. (l'Impasse la Grive vraie heette die straat in de tijd van Napoleon toen hier nog een oude borstwering van de Romeinen in gebruik was tegen de Noordelijke Achterlijke Stammen. )
De wolk is heel mooi, iedere andere wolk zou er verliefd op kunnen worden. Ook ik ontkom niet aan plots opspelende diepe gevoelens. Warm en vlinderbuikig.
De geknakte kop van de Reuze teddybeer is zwavelgeel auberginegrijs, op een transparante wijze. De bovenzijde van het ingedeukte lijf diep omber grijs met een zweem van grijsveronees dat de wolk die driedimensionaliteit geeft. Het onderlijf, wonderbaarlijk gaaf van vorm, een aardbeienroodgrijsbruin, de kont, ook ingedeukt, zwavelgrijs en als een aura rond de hele teddybeer een zilverwitte gevlokte contour die geruisloos overgaat in goudwit, eindigend in een kwikwit zodat ook in het witte aura een diepte ontstaat die de hele wolk een verstarring en tegelijkertijd een beweging geeft.
Een paar wolken verderop hangen dan ook ademloos rond deze mooie wolk. Hoe het afloopt is niet bekend want de wind, die hogerop stormachtige vormen aanneemt gaat ervandoor met de wolken.
Maar verderop zou iemand die goed omhoog kijkt het verloop kunnen samenvatten.
Het perenboompje vlak voor me staat nu kortstondig stil van windloosheid. De enige twee grote peren in het boompje die schuin boven elkaar hangen, glanzen in de hemelse Zon. Prachtig om die bolle tuitvormig toelopende vruchten zo religieus groen te zien worden.
