het begeelde grasveld is eindelijk mensenvrij
Zondag 4 juli tweeduizend10
Het begeelde grasveld is eindelijk mensvrij zodat een paar kraaien erop neder kunnen strijken. De middelste kraai kijkt me prikkeldraad scherp aan: ik laat me vandaag niet beschrijven door jou.
Goed het zij zo. De kraai links van hem lijkt me jong en onstuimig, de plukjes schapenwol nog tussen de veren.
Haar onstuimige kracht straalt van haar af en heeft vele kraaienharten sneller doen bonzen. In de rui tijd moet men maar eens op afstand toekijken hoe de kraaien vechten om haar oude versleten veren. Hebben ze zo'n veer dan wordtie trots als een banier van kraaienlust op het nest gestoken.
De middelste kraai (ze zijn inmiddels van plaats verwisseld) is nooit tevreden. En wel over haar schaduw. Ze draait en schuift heen en weer totdat de vorm van haar schaduw haar bevalt. De hele zonschijnende dag is ze daarmee bezig.
Hoe het kwam? Een spiegeltje is een keer achteloos achtergelaten in het park en dat vond ze. En in het nest zat ze zichzelf de hele tijd te bekijken en te vergelijken met haar schaduw. Ja die kraaien heb je.
Inmiddels is het groepje naaktslakken, nog dronken van de bui van gisteren amechtig van de warmte tegen de stam van de Kastanjeboom aan het klimmen om een koelzwoele plek te vinden. Daar zitten ze veilig voor merels en spreeuwen en de kraaien hebben toch alleen maar erg in hun eigen ruzies.
Tot zover dit park.
Een aantal wielomwentelingen later met overigens een ratelende uitgerekte ketting brengt ons op een locatie waar de zon alles geconfisceerd heeft. Een ovaalvormige ruimte tussen hoge bomen en struiken, een smal hard fietspaadje slingert zich er een bocht om.
Een uitstekende plek voor een helledans door de oudste heks van Cornwall. Beter is deze plek niet te omschrijven.
Het is hier heel warm, alleen het wit van mijn schrijfboekje zorgt voor enige verkoeling. Een bonte specht verderop snurkt in zijn zelfgehakte holte van het houten kunstobjekt midden in de ruimte.
In Essays of Romans heeft de hoofdpersoon altijd in soortgelijke warme omstandigheden drinken bij zich of een karretje vol abrikozen (Hafid Bouazza!) Of, en nu doel ik op wat exccentrieke schrijvers uit het Vlaamse Land er valt een forse cactus naar benenden (Herman Brusselmans?) die uitgeknepen veel levensreddend vocht genereert.
Maar dit is geen roman. Ik kan alleen mijn eigen zweet oplikken. Zoals reeds gemeld staat er op deze plek een vele meters hoog beeld.
Een tweekoppig wezen met gras groeiend in de holte tussen de beide koppen.In de rechtse kop is een gezicht te ontwaren dat ik nu niet beschrijf.
De vreugde dat ik geen twee hoofden op mijn romp hebt is te groot. In heb zoals waarschijnlijk de meesten twee hersenlobjes met een bamboe brugje ertussen als verbinding: de hersenbalk.En nu gebeurd het te pas en te onpas al dat beide helften elkaar verkeerd aanvoelen.
Het is inmiddels zo warm dat ik schaduw ben gaan zoeken en bij het poeltje vind ik een grote Zomereik met gastvrij veel schaduw. De hemel is blauw en vele middelbare stelletjes met opvallend altijd dezelfde merk en kleur fietsen laten het zich welgevallen. Vanaf een wolk boven de overkant klint teckelgeblaf, maar dat kan door de zon komen.
Iets verderop tussen een paar vrolijk gestemde vlierstruiken is stevig gezoem waarneembaar. Nu schuin links achter het houten object. Kleine berkjes, gele lissen, wentelwiekende libellen, grote berken en nog veel naambaar groen rond het poeltje maken een deinende kleurenpracht. Een kikker roert zich met rubberachtige tandengeknars geluiden, gekwaak wordt dat genoemd.
Verderop klinkt een blikkerige verwaaide stem, onhoorbaar door de afstand en de duizenden bomen ertussen. Het is bij de drafbaan. Daar rennen paarden rondjes. Achter die paarden hangen karretjes en daar staan volwassen mannen in met helmen op. Een soort verwaterd Ben Hur tafereel. Heel veel mensen vinden dit alles blijkbaar bijzonder, want ze kleuren de tribune wit en zachtblauw. Het is duidelijk zomer, het park wordt overspoeld door mensen, fietsen en auto's. Mensen zoeken elkaar graag op al willen ze niets met elkaar te maken hebben.
