een wolk vol poezie
20 August 2011
By on 13:25

Wolken

De wolken hangen goedmoedig boven het gepeupel.

De hoge bomen, die zoals bekend veel wind vangen, prikken er lustig in. Een onervaren oeverzwaluw probeert in een wolkje te nestelen. Moedig en inventief. De afloop is niet te zien.

De wind kan weer bruin worden want de Zon schijnt even met vol xe9lan. Maar wat kort doch krachtig!!! In de zompige bossen bij Weerselo klossen herten en wratzwijnen door het plasserige bos. Een paar vogelaars lopen huiverend richting koffie met appelgebak.

maar dan…

een enorme regenbui stort zich schuin naar beneden en laat miljarden diamantjes achter die op het zompig grasveld al dra door de tussen de wolken loerende Zon tot flonkeren worden gebracht.

Wat een gezegend is de Mensheid die al dit schoons mag ondergaan.

Maar is het eigenlijk wel bekend hoeveel Herten en Koeien dauwdruppels beminnen. Hun beleving zal ongetwijfeld ook immens zijn. en in het geval van Koeien van invloed zijn op de smaak van de melk. Zeker in biologische graslanden waar dauwdruppels veelsoortiger van vorm zijn.

Ondertussen zit Tjeerd vol goede moed op de zonnige brede schommelende rug van zijn oude trouwe Bels. De Zon schijnt immers welig boven de Bocholtzer heide in het oude Limburg (waar de Katholieke kerk zoveel goeds heeft gedaan in internaten en biechtstoelen) het dansend strootje tussen zijn lippen is dan ook gortdroog.

Het torentje van Baneheide laat van zich horen middels klepelende klokken.. Een staldeur slaat dicht. Bocholtz-Baneheide_22_(2)

Op dat zelfde moment slaat een deeldeur dicht in Doodstil, hoog in Groningen. De harde wind vanuit het Noordwesten die daar heerst stort zich ook op het erf . Vlagen ongetwijfeld zoute regendruppels vanuit de Waddenzee ploffen in de vette klei. En zelfs die weerbarstige rode kool blauwe klei begint weg te spoelen in de niet aflatende regenbuiten.

Wiltje, staande bij de grote staldeur, staart naar zijn bemodderde witte klompende, vervolgens zoeken zijn ogen de tomeloze wolkenhemel af. Een nat strootje danst geagiteerd tussen zijn lippen: hij denkt aan zijn broer in Baneheide.

Dan eindelijk nadert, dertien uur later dan verwacht, de wolk uit Limburg. Gotzijdank, de wind blijkt toch gedraaid naar het Noordoosten. De wolk is langwerpig van vorm, gelijk die vrouw in een stripverhaal van Suske en Wiske.

Onder aan de wolk hangen, zoals verwacht de veelkleurige balonnetjes met de nieuwste gedichten van Tjeerd. Wel,wel, veertien balonnetjes en twee duidelijk lekke ballonnen. Hij is toch productief ondanks het overlijden van zijn trouwe herdershond Klaverblad. De uiteengeklapte ladder staat al gereed in tussen de hoogstam appelbomen en fluks, met een laatste schattende blik op de windrichting rent Wiltje ernaar toe en sleept met al zijn kracht de ladder een veertiental meters oostelijker, in de eerste rij perenbomen. Rap vliegt hij de treden op en met een triomfantelijke grijns graait hij de balonnetjes van de wolk die direct door dit gewichtsverlies opveert op tegen de Waddendijk stuiterend aan zijn einde te komen middels een forse plas gesmolten gletsjerijs.. het water vindt eenvoudig zijn weg in de net geschouwde afwateringssloot van boer Wiltje.

Nu schijnt de zon blauw, van Zuid tot Noord.

De hemel wolkt nog wel, maar toch. Op de waddendijk groeit het gras, krom van de winden van onlangs/weleer nog groener.

 

Een van de 16 gedichten van Tjeerd, die zoveel heeft geleerd van Ida Gerhardt en Charles Bukovski en hier een synthese in heeft weten te bereiken gaat als volgt:

 

kluiterige forse Bels

het gapend kontgat groen

van voer en dein

blauwe wolken in de ogen

de pupillen als kraanvogels op Reis

naar het achtereind van

de staart van de Duivel

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*

You may use these HTML tags and attributes: <a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>