het Peerboompje en de Toverberg

Toch een geweldige uitvinding: de Bibliotheek.

Internet heet toegankelijk te zijn voor iedereen, zelfs voor de meest opdringerige virussen, maar de literaire toegankelijkheid van de Bibliotheek voor de leesgeile mens steekt daar toch boven uit.

Zodoende kan ik dus met de verse koffie binnen handbereik, beginnen in x93Vrouwenx94 van Bukowski. De Zon schijnt al en de schaduwen rangschikken zich geruisloos. De schaduw onder de Peer mag er wezen. Zodoende valt mijn oog op de driedimensionale symfonie in Groen die deel uitmaakt van de populatie van ons voor God en Vaderland zo kleine tuintje, het Peerboompje.

 Elfhonderddriexebnzeventig spits toelopende sappige groene blaadjes telt het boompje. Jawel, boompje want ze heeft pas een hoogte bereikt van 140 cm.

Het stammetje is nog maar vingerdik. Zo dik dus als de wijsvinger van Sinterklaas. En al na 51 cm groeit het boompje dualistisch verder: de linkertak, nogal doorgezakt, is gelijk een zonnebloem naar het Zuidoosten gericht.

De rechtertak, licht afbuigend, recht omhoog. Naar de Koperen Ploert, zou Vincent van Gogh zeggen.. Al die blaadjes lijken zich te richten op de vork van het boompje, het punt waar de stam overgaat in twee takken.

Tussen die vork hangt namelijk de enige Peer die dit boompje x93zoogtx94. En het miraculeuze van deze nu enorme Peer is dat hij nog steeds groeit, maar wel met behoud van zijn unieke vorm. Mooi blijftie dus wel, met dat Obelix figuur, kordaat afgewerkt op het smalle uiteinde middels een dikke steel die straks, als hij tot volledig rijp tot wasdom gekomen is, als een vlag op een huis in aanbouw wappert. Vooropgesteld dat het kleine blaadje aan de steel blijft zitten..

Al die mensen die nr 23 van jaargang 1956 van de Donald Duck gelezen hebben weten van dat typisch Amerikaanse fenomeen: de Pompoen strijd.

Liefdevol bewateren, bepotelen en voeden vele duizenden Amerikanen in houthakkers hemden en de strohoed op de verweerde kop hun pompoenetjes. Niet uit liefde voor het bolle oranje aan die impressionistisch groene planten, niet om die zwangere rondingen, nee het is hun uitsluitend te doen om de grootste pompoen van de States te kweken.

Het staat letterlijk en figuurlijk buiten kijf dat dit Peerboompje de grootste Peer van dit kleine landje aan de Noord en Waddenzee groot gaat brengen.

En wat een energie en inspanning om deze enorme peer te voeden en te laven. Luister maar naar het geslurp van de boomwortels.

Dat kan als volgt:

vouw het gras rontelom het stammetje opzij. Leg het rechteroor plat tegen de grond en luister. Net als bij het geurboeket van een goede wijn dringen zich eerst geluidsmatig allerlei geluiden van verre op: aardverschuivingen, (veelal mollen) smakkende wormen, etcetera.

Maar dan zuiver en onaards helder is daar het slurpgeluid van de boomwortels.

 

En dan gaat er wel wat door je heen, als Sterveling luisterend naar deze Mondiale geluiden.

(Eigenlijk is sterveling wel een genadeloos woord. Afgeleid van x93stervenx94. En dat woord geeft wel heel genadeloos het doodgaan weer. Om van te huiveren.)

Deze contemplatieve opwinding bij het horen van de boomwortels is zeker te vergelijken met de ervaring die Bedevaartgangers hebben als ze beneden in het dal hun reisdoel, Santiago de Compostella zien liggen. Hun zielen, vibrerend van de doorstane beproevingen komen Thuis. En lopend op de Herestraat pik je die Compostella gangers er zo tussenuit in de menigte, geestelijk belezen mensen die de Phoneshop links laten liggen en de Slegte binnenstappen.

De Peer meet momenteel al 42 cm breed, en ruim 63 cm hoog. Een reus van een peer die hangend in de vork van het boompje nog maar twee kanten uit kan dijen: naar het Noorden en het Zuidwesten.

Hopen we toch maar dat hij de Boom niet meesleurt en scheurt in zijn ontembare groei. Want het ziet er niet naar uit dat de peer uitgegroeid is. Zou dit boompje niet prachtig figureren in het plantsoen voor dat sanatorium? De Toverberg van Thomas Mann bedoel ik.

Zo, nu kan ik pas rustig in x93Vrouwenx94 van Bukowski duiken.

SAM_3454
(peer een dag uit de pit)

22 August 2011
By on 20:07
Brighton/ Under the Boardwalk

Kort maar gedecideerd trekt de Zee zich terug. Gespierde meeuwen, sneeuwwit in de veren, buitelen over het zompige borrelende schuim.

Het water ruist scherp op dit eeuwenoude grindstrand, vanaf de boulevard is het bijna hoorbaar. Langs de boulevard the Grand Promenade staat de rotswering van Huizen en Hotels.

Brighton gaapt zichtbaar: verscheidene slaapkamerdeuren staan wijdopen. De meeste balcons ogen nog leeg. Maar op een van de balcons van het Queens Hotel staat Generaal Buiten Dienst C. in camouflage peignoir.. Met achteloze, bijna routineuze eenvoud, imiteert de beste man met verve de drie witte zeemeeuwen die onder hem in duikvlucht rakelings over het dak van een Ford Falcon 1961 scheren. De achterste van de drie meeuwen laat een wit smart bommetje vallen dat neerkwakkend op de voorruit al dra in diverse grijzen uiteenspat.

De Generaal Bd wrijft zich van plezier in de tanige handen en mompelt nauwelijks hoorbaar voor een schrijver of anderszins: oud genoeg om de Vrede te ervaren, maar de strijd in de natuur gaat voort.

Schoorvoetend nu, trekt de Zee zich wederom oplitsend en kiezelruisend terug om dra daarna zijn schuimtapijt wederom uit te rollen over de wellustig glanzende krabjes en kwallen. Sea

Onder de Pier, (Under the Boardwalk), hangt de schaduw van de restanten van de laatste nacht.

Een goudgele vlinder licht op met kleurflitsjes gelijk een vuurtoren in het Duister. Maar het gelukt niet los te komen uit het vettige spinnenweb.

Inmiddels stopt het oude vrachtautootje van de melkman aan het pavement tegenover het Queens Hotel.

Kwiek stapt de man uit, in alle handen draagt hij twee rekken gevuld met flessen fonkelverse dagmelk en karnemelk. (er wonen nogal veel retraites aan de Boulevard, vandaar)

Kent de Generaal, nog steeds leunend op de balustrade van het balconhek, het liedje dat de man met lange trillers fluit. Het blijkt. Moeiteloos neemt hij het tweede couplet van x93Army dreamerx94 van Kate Bush over.

De melkman, gisteren flootie x93No milk todayx94 van Hermans Hermits, grijnst en kijkt kortstondig omhoog. Direct wendt hij discreet de blik weer neerwaarts om niet de suggestie te wekken dattie onder de peignoir van de nu vreedzame pijprokende generaal wil staren.

Met een ouderwetse rookpluim slaat het vrachtautootje van de melkman korte tijd later de bocht om, de StrayCats Alley in. Her en der glanzende melkflessen achterlatend waar een poes wel pap van lust.

Nu, zondagmorgen kwart voor elf Nederlandse tijd (over een half uur begint VVV-Ajax dus) komt de Kustplaats echt tot leven.

Verschillende honden hurken reeds op het kiezelstrand, en de vlinder?

Die wappert met gekwetste linkervleugel naar elders, de Zee ontrolt zich steeds verder het strand op, haar vloed is opgekomen.

Op een balcon, helemaal aan het eind van de boulevard zitten drie kraaien, met de gloed van de ondergaande zon van gisteren nog in de priemende ogen. Het geeft ze een morbide uitstraling, maar ze doen er verder het zwijgen toe.

 

 

21 August 2011
By on 18:45
een wolk vol poezie

Wolken

De wolken hangen goedmoedig boven het gepeupel.

De hoge bomen, die zoals bekend veel wind vangen, prikken er lustig in. Een onervaren oeverzwaluw probeert in een wolkje te nestelen. Moedig en inventief. De afloop is niet te zien.

De wind kan weer bruin worden want de Zon schijnt even met vol xe9lan. Maar wat kort doch krachtig!!! In de zompige bossen bij Weerselo klossen herten en wratzwijnen door het plasserige bos. Een paar vogelaars lopen huiverend richting koffie met appelgebak.

maar dan…

een enorme regenbui stort zich schuin naar beneden en laat miljarden diamantjes achter die op het zompig grasveld al dra door de tussen de wolken loerende Zon tot flonkeren worden gebracht.

Wat een gezegend is de Mensheid die al dit schoons mag ondergaan.

Maar is het eigenlijk wel bekend hoeveel Herten en Koeien dauwdruppels beminnen. Hun beleving zal ongetwijfeld ook immens zijn. en in het geval van Koeien van invloed zijn op de smaak van de melk. Zeker in biologische graslanden waar dauwdruppels veelsoortiger van vorm zijn.

Ondertussen zit Tjeerd vol goede moed op de zonnige brede schommelende rug van zijn oude trouwe Bels. De Zon schijnt immers welig boven de Bocholtzer heide in het oude Limburg (waar de Katholieke kerk zoveel goeds heeft gedaan in internaten en biechtstoelen) het dansend strootje tussen zijn lippen is dan ook gortdroog.

Het torentje van Baneheide laat van zich horen middels klepelende klokken.. Een staldeur slaat dicht. Bocholtz-Baneheide_22_(2)

Op dat zelfde moment slaat een deeldeur dicht in Doodstil, hoog in Groningen. De harde wind vanuit het Noordwesten die daar heerst stort zich ook op het erf . Vlagen ongetwijfeld zoute regendruppels vanuit de Waddenzee ploffen in de vette klei. En zelfs die weerbarstige rode kool blauwe klei begint weg te spoelen in de niet aflatende regenbuiten.

Wiltje, staande bij de grote staldeur, staart naar zijn bemodderde witte klompende, vervolgens zoeken zijn ogen de tomeloze wolkenhemel af. Een nat strootje danst geagiteerd tussen zijn lippen: hij denkt aan zijn broer in Baneheide.

Dan eindelijk nadert, dertien uur later dan verwacht, de wolk uit Limburg. Gotzijdank, de wind blijkt toch gedraaid naar het Noordoosten. De wolk is langwerpig van vorm, gelijk die vrouw in een stripverhaal van Suske en Wiske.

Onder aan de wolk hangen, zoals verwacht de veelkleurige balonnetjes met de nieuwste gedichten van Tjeerd. Wel,wel, veertien balonnetjes en twee duidelijk lekke ballonnen. Hij is toch productief ondanks het overlijden van zijn trouwe herdershond Klaverblad. De uiteengeklapte ladder staat al gereed in tussen de hoogstam appelbomen en fluks, met een laatste schattende blik op de windrichting rent Wiltje ernaar toe en sleept met al zijn kracht de ladder een veertiental meters oostelijker, in de eerste rij perenbomen. Rap vliegt hij de treden op en met een triomfantelijke grijns graait hij de balonnetjes van de wolk die direct door dit gewichtsverlies opveert op tegen de Waddendijk stuiterend aan zijn einde te komen middels een forse plas gesmolten gletsjerijs.. het water vindt eenvoudig zijn weg in de net geschouwde afwateringssloot van boer Wiltje.

Nu schijnt de zon blauw, van Zuid tot Noord.

De hemel wolkt nog wel, maar toch. Op de waddendijk groeit het gras, krom van de winden van onlangs/weleer nog groener.

 

Een van de 16 gedichten van Tjeerd, die zoveel heeft geleerd van Ida Gerhardt en Charles Bukovski en hier een synthese in heeft weten te bereiken gaat als volgt:

 

kluiterige forse Bels

het gapend kontgat groen

van voer en dein

blauwe wolken in de ogen

de pupillen als kraanvogels op Reis

naar het achtereind van

de staart van de Duivel

20 August 2011
By on 13:25
Tijdsflitsen

De avondschemering rust op de natte vorsten van de daken aan de overkant. Overal glanzen de dakpannen zompig. In de dakgoot laat een kruisspin zich lekker meedrijven tot de regenpijp die kolkt en grombelt. Diep daaronder hoort de kruisspin (men kent haar spreekwoordelijke absolute gehoor) het riool klateren en trispelen.

De oude regenton, met ijzeren banden bijeengehouden, heeft er een buikje rontelom van gekregen. Pas na vele vele buien, dat spreekt voor zich. De naaktslakken kruipen sissend van de warmte van gisteren juichend over het tegelpad. gevaar is er toch niet.

De merels zijn weggedoken, ver weg in hun onnavolgbare dromen, vrij van door mensen gemaakte beelden. De helderheid van de dag ligt nu dan toch beschaduwd in de schemer. Schemerlampen vullen de tuinen, net als de weerspiegelingen in de weilanden van een avondtrein. Ook in Marum gaan nu de daken langzaam op in het avondduister.

 

Wolken als vissen komen geruisloos aangezwalkt

ze maken het geelgroene gras hier koudgroen. Het hemelblauw maakt plaats voor grijsgele luchten: de Avant Garde van de naderende buien is gearriveerd.

Hier, ver daarbeneden, worden dan ook haastig ritssluitingen opgetrokken, knopen in knoopsgaatjes geduwd en hier en daar worden, tzijn blijkbaar oude schoenen, veters gestrikt die nog even omhelst worden door slierten gras. Het openlucht bad stroomt dus ijlings leeg, qua mensen natuurlijk, men ziet de bui al hangen.

Omkijkend ligt het grasveld er nu volledig ontvolkt bij, ook de zwembaden ogen leeg van mensen, groot en klein. Het water in de baden, nu groenig blauw weerspiegelend, ligt wijduit gereed om de ongetwijfeld tomeloze bui-druppels te ontvangen en een plaats te geven.

Maar plots, alsof er toch de verkeerde luchten hierheen gedreven zijn, waait alles weer langzaam blauw. Het gras licht weer aarzelend geelgroen op. En ritssluitingen gaan snel weer naar beneden, knopen worden weer uit de knoopsgaten getrokken. Billen schudden zich even uit en herpakken zich weer in fijne kleine gekleurde slipjes, zittend of deinend.

 

De zon

schijnt zonder schaduwen

de hemel is omfloerst

winden suizen met hun eeuwige klanken over bergen en vlakten.

verderop hoest een mens,

gelijk een nors verkouden schaap in de ochtenddauw.

De bloemen, toch vanaf dat ze uit de zaadzakjes kwamen al heel wat gewend, buigen de frxeale steeltjes. Als een bulderstorm in een minzaam perkje raast de wind snel voorbij, achter zichzelve aan.

Desondanks blijven de kleuren bij de juiste bloemen, daar kan geen wind immers iets aan veranderen.

Een wolk als een mislukte Reuze teddybeer, en hier wordt echt een REUZE bedoeld, hangt boven het platgedakte wooncomplex aan de andere zijde van de straat. (l'Impasse la Grive vraie heette die straat in de tijd van Napoleon toen hier nog een oude borstwering van de Romeinen in gebruik was tegen de Noordelijke Achterlijke Stammen. )

De wolk is heel mooi, iedere andere wolk zou er verliefd op kunnen worden. Ook ik ontkom niet aan plots opspelende diepe gevoelens. Warm en vlinderbuikig.

De geknakte kop van de Reuze teddybeer is zwavelgeel auberginegrijs, op een transparante wijze. De bovenzijde van het ingedeukte lijf diep omber grijs met een zweem van grijsveronees dat de wolk die driedimensionaliteit geeft. Het onderlijf, wonderbaarlijk gaaf van vorm, een aardbeienroodgrijsbruin, de kont, ook ingedeukt, zwavelgrijs en als een aura rond de hele teddybeer een zilverwitte gevlokte contour die geruisloos overgaat in goudwit, eindigend in een kwikwit zodat ook in het witte aura een diepte ontstaat die de hele wolk een verstarring en tegelijkertijd een beweging geeft.

Een paar wolken verderop hangen dan ook ademloos rond deze mooie wolk. Hoe het afloopt is niet bekend want de wind, die hogerop stormachtige vormen aanneemt gaat ervandoor met de wolken.

Maar verderop zou iemand die goed omhoog kijkt het verloop kunnen samenvatten.

Het perenboompje vlak voor me staat nu kortstondig stil van windloosheid. De enige twee grote peren in het boompje die schuin boven elkaar hangen, glanzen in de hemelse Zon. Prachtig om die bolle tuitvormig toelopende vruchten zo religieus groen te zien worden.

 

 

 

 

 

 

 

7 August 2011
By on 15:43
Op de vxe9lo langs de A28 en verder

SAM_2185
Langs de Weg voor hoge Snelheden stroomt het kanaalwater in kabbelende vrede traag voorwaarts. Een zoetwaterkapitein brengt daar nu met scherpe witte boeg even wanorde in aan, maar dra is alles weer op orde en het water likt vreedzaam aan de grasoevers die hier en daar opleuken door gele lissen. Maar dat laatste verzin ik ter plaatse.

Langs de overkant-oever is het witbevlekt door talloze jachten die met roerloze schroeven aangemeerd liggen. Exe9n bootje is fris blauw gelakt en ligt op duidelijke afstand van de andersgekleurde bootjes.

 

Er heerst daar op de oever een ontspannen jolig beschaafde sfeer. Tussen een reling en een forse Lijsterbes hangt kleurrijk wasgoed, een poes met een ridderorde opgespeld zit aan een lijn gebonden naast een reiger te staren naar donderkopjes xe9n naar haar eigen weerspiegeling.'s Avonds bleek poes daar de hele dag mee te vullen, terugfietsend ontdekte ik haar op de terugweg als een schemerig silhouetje op de oever, nog steeds roerloos naar het nu donkerdere water starend. De reiger kent dat beeld en is daar al op uitgekeken, hij kijkt of er ook te ontspannen vissen voorbij dokkeren.

Men is hier dus heengetjoekt om gezeten op die mooie onderhoudsvriendelijke tuinstoelen vanaf de oever het geknerp van het autoverkeer te ondergaan. Voor een liefhebber is dit verkeersgeraas natuurlijk als branding voor een Zeegenieter.

De bemanning van dat blauwe schuitje, x93de Naijverx94, laten we ze Jaap en Gerdien noemen, zitten zichtbaar vanaf hier op het fietspad aan de overkant, te genieten van het steeds wisselende mobiele uitzicht.

Jaap met een forse verrekijker, het mooie vrouwelijk schoon dat voorbij fietst piktie en passant mooi mee. Gerdien met een aantekenboekje op haar schoot. De borden zijn afgewassen en liggen op de kop in het gras dat nu als afwas bleekveldje dienst doet. Fortuinlijk genoeg werpt de Zon momenteel een flauwe gloed op de Autostrada zodat het chroom van de auto's flonkerend uiteenspat tegen het schrale blauwe zwerk.

Maar 's avonds x85….. als de meeste dagschaduwen in elkaar zijn opgegaan gaat het echtpaar er echt voor zitten. Want niet lang nadat de Zon uit beeld gedraaid is door de Aarde komen de brandende koplampen en nog fijner, de rode achterlichten.

Die lichten noemt Jaap op zijn weblog de Ornamenten van de Vooruitgang, Ornamenten die als Katholieke Kruisen der Mobiliteit de Avondmis leiden. Mooi toch om er met zoveel intelektuele diepgang naar te kijken.

Nu komen hun persoonlijke hartstochten pas echt voor het daglicht. Jaap valt echt op de achterlichten van die oude Citroxebns, maar stilletjes hoopt hij ooit eens een Chevrolet Impala 1959 te zien. met die prachtige amandelvormige achterlichten. Gerdien houdt het meest van de achterlichtjes van de Trabant. Die zien er zo deemoedig en verloren uit, associeert ze er op los.

Maar allez de tocht gaat verder.

Verderop op het fietspad staat een punkerige witte kwikstaart overdwars in de weg. Met de pootjes wijduit blijft ze provocerend staan, zonder met de oogjes te knipperen. Meters later en verder komt ze me fluitend voorbij vliegen en pas in het Focteloxebrveen, vele kilometers verder tref ik haar op een afgebrande berkenboomnaast het smalle grindpad dwars door het veen.

Liggend in de heide valt er werkelijk niets te ontdekken van de grote brand die kort geleden in dit veen als een lopend vuurtje door het gebied voorbijging. Vele Zeppelins met water moesten er aangesleept worden om de vlammen te temmen. Gek eigenlijk dat op dat moment dat nummer van Leonard Cohen: Joan of Arc uit het geheugen stapt Now the flames they follow Joan of Arc, as she came riding in the dark.

De hemel ziet er hier momenteel wel geblust uit maar dats oude regen die in wolken verpakt de achteloze fietser lijkt te gaan bedreigen.

En jawel, alsof er een band van een trekker leegloopt zo luidruchtig loost de wolk recht boven het Fochteloxebrveen de miljarden druppels die na een tocht over de Noordzee eindelijk wel eens willen plassen en dauwdruppelen.

Het fietszweet spoelt er mooi door weg al levert het drijfnat fietsen natuurlijk zadelpijn fricties en humeurverstoringen op.

Bij het avondlijke kanaal zitten de bemanningen van de pensioenkruisertjes rond een everzwijn aan het spit. De monden van de verhitte mannen en vrouwen staan hoorbaar wijd open van het alcoholgelach. De witte kwikstaart heeft een plekje gevonden op de vlaggenmast van het blauwe schuitje. De oogjes zijn toe, ze zal wel moe zijn.

De Canadese vlag onder haar hangt wapperloos in een punt.

 

31 July 2011
By on 20:03
Op de vélo langs de A28 en verder

SAM_2185
Langs de Weg voor hoge Snelheden stroomt het kanaalwater in kabbelende vrede traag voorwaarts. Een zoetwaterkapitein brengt daar nu met scherpe witte boeg even wanorde in aan, maar dra is alles weer op orde en het water likt vreedzaam aan de grasoevers die hier en daar opleuken door gele lissen. Maar dat laatste verzin ik ter plaatse.

Langs de overkant-oever is het witbevlekt door talloze jachten die met roerloze schroeven aangemeerd liggen. Eén bootje is fris blauw gelakt en ligt op duidelijke afstand van de andersgekleurde bootjes.

 

Er heerst daar op de oever een ontspannen jolig beschaafde sfeer. Tussen een reling en een forse Lijsterbes hangt kleurrijk wasgoed, een poes met een ridderorde opgespeld zit aan een lijn gebonden naast een reiger te staren naar donderkopjes én naar haar eigen weerspiegeling.'s Avonds bleek poes daar de hele dag mee te vullen, terugfietsend ontdekte ik haar op de terugweg als een schemerig silhouetje op de oever, nog steeds roerloos naar het nu donkerdere water starend. De reiger kent dat beeld en is daar al op uitgekeken, hij kijkt of er ook te ontspannen vissen voorbij dokkeren.

Men is hier dus heengetjoekt om gezeten op die mooie onderhoudsvriendelijke tuinstoelen vanaf de oever het geknerp van het autoverkeer te ondergaan. Voor een liefhebber is dit verkeersgeraas natuurlijk als branding voor een Zeegenieter.

De bemanning van dat blauwe schuitje, “de Naijver”, laten we ze Jaap en Gerdien noemen, zitten zichtbaar vanaf hier op het fietspad aan de overkant, te genieten van het steeds wisselende mobiele uitzicht.

Jaap met een forse verrekijker, het mooie vrouwelijk schoon dat voorbij fietst piktie en passant mooi mee. Gerdien met een aantekenboekje op haar schoot. De borden zijn afgewassen en liggen op de kop in het gras dat nu als afwas bleekveldje dienst doet. Fortuinlijk genoeg werpt de Zon momenteel een flauwe gloed op de Autostrada zodat het chroom van de auto's flonkerend uiteenspat tegen het schrale blauwe zwerk.

Maar 's avonds …….. als de meeste dagschaduwen in elkaar zijn opgegaan gaat het echtpaar er echt voor zitten. Want niet lang nadat de Zon uit beeld gedraaid is door de Aarde komen de brandende koplampen en nog fijner, de rode achterlichten.

Die lichten noemt Jaap op zijn weblog de Ornamenten van de Vooruitgang, Ornamenten die als Katholieke Kruisen der Mobiliteit de Avondmis leiden. Mooi toch om er met zoveel intelektuele diepgang naar te kijken.

Nu komen hun persoonlijke hartstochten pas echt voor het daglicht. Jaap valt echt op de achterlichten van die oude Citroëns, maar stilletjes hoopt hij ooit eens een Chevrolet Impala 1959 te zien. met die prachtige amandelvormige achterlichten. Gerdien houdt het meest van de achterlichtjes van de Trabant. Die zien er zo deemoedig en verloren uit, associeert ze er op los.

Maar allez de tocht gaat verder.

Verderop op het fietspad staat een punkerige witte kwikstaart overdwars in de weg. Met de pootjes wijduit blijft ze provocerend staan, zonder met de oogjes te knipperen. Meters later en verder komt ze me fluitend voorbij vliegen en pas in het Focteloërveen, vele kilometers verder tref ik haar op een afgebrande berkenboomnaast het smalle grindpad dwars door het veen.

Liggend in de heide valt er werkelijk niets te ontdekken van de grote brand die kort geleden in dit veen als een lopend vuurtje door het gebied voorbijging. Vele Zeppelins met water moesten er aangesleept worden om de vlammen te temmen. Gek eigenlijk dat op dat moment dat nummer van Leonard Cohen: Joan of Arc uit het geheugen stapt Now the flames they follow Joan of Arc, as she came riding in the dark.

De hemel ziet er hier momenteel wel geblust uit maar dats oude regen die in wolken verpakt de achteloze fietser lijkt te gaan bedreigen.

En jawel, alsof er een band van een trekker leegloopt zo luidruchtig loost de wolk recht boven het Fochteloërveen de miljarden druppels die na een tocht over de Noordzee eindelijk wel eens willen plassen en dauwdruppelen.

Het fietszweet spoelt er mooi door weg al levert het drijfnat fietsen natuurlijk zadelpijn fricties en humeurverstoringen op.

Bij het avondlijke kanaal zitten de bemanningen van de pensioenkruisertjes rond een everzwijn aan het spit. De monden van de verhitte mannen en vrouwen staan hoorbaar wijd open van het alcoholgelach. De witte kwikstaart heeft een plekje gevonden op de vlaggenmast van het blauwe schuitje. De oogjes zijn toe, ze zal wel moe zijn.

De Canadese vlag onder haar hangt wapperloos in een punt.

 


By on 20:03
Een vroege ochtend in het bedrupte Bos

 

De lachende regendruppels

Nu zijn de stammen en naalden de nachtdonkerte echt ontstegen. De hemel hangt van mistnevels aan elkaar. Wat geuren de dennen toch, zo tintelend als alleen een kind ze nog ruiken kan.

Roerloos, soms moeten ze alleen opschikken voor een vogel, hangen miljoenen druppels van de nachtelijke bui vlak na die bliksemflitsen, aan de glanzende naalden.

De aarde golft hier.

Een vreedzame, deinende Boszee met groene grasgolven, waar tallozen dennenappels op drijven. Tot rond de kaalgelopen modderige oever aan de waterplas waar de eenden al orde scheppen in hun waterige dag . De kinderen met de broodkorstjes zijn er nog niet. De deuren van de huisjes zijn gesloten, de kinderfietsjes nog op slot. De eenden zwemmen zich traag peddelend maar vast een beetje los. Het water spoelt losjes over hun veren. waterrimpels zoeken een goed heenkomen.

Vanuit de mastbomen en de struiken laten de druppels zich nu toch vallen.

Mollige druppels suizen verleidelijk neerwaarts. Zouden ze het kunnen, dan moesten ze er bijna zelf om lachen. Nu en dan mieteren er ook een twee of drie druppels op de parasol die nu dan ook van zich laat horen. Tik, tik. Tik. Een konijn verschijnt ten geschreven tonele, vanachter een beschermende brede stam, de alerte oogjes levendig bruin.

Vol achterdocht staart ze met xe9xe9n oog deze kant op. Kort valt haar blik op de damp uit mijn beker koffie. Schudt ze haar wijze kopje? Dan is de plek weer leeg. Slordig vleugelgeritsel, Een duif is hoog op een tak gearriveerd en mompelt zijn wereldlijk bekende roep. Die universele roep, waardoor een reizende ziel zich overal welkom waant.

De drie tuinstoelen rond de tafel zitten onder de platte druppels. Maar onder de leuningen hangen netjes op een rij, nog tientallen tuiterige regendruppels. Wachten ze tot een Zonnestraal hen komt beminnen en in kleurenflonkers uiteen doet spatten?

Die ene zonnestraal zou ook deze stoelen doen flonkeren van poot tot poot.

De duif is een boom verder aangeland en schurkt zich lodderig in haar vleugels, het kopje diep weggedoken. Als een dorpsomroeper van weleeer roept ze met ernstige ondertoon roekoeroekoewoepie.

In de waterplas klinkt een rommelig ochtend gesnater. de kinderen zijn naar buiten gekomen.

 

(Opgetekend in de deinende Brabantse Dennenwouden, waar zelfs de Basiliek van Geldrop nietig achter huist.) SAM_2942

 

30 July 2011
By on 09:05
watching the wind blow

De wind wakkert aan. De Brabantse maxefsvelden deinen en knarsen.

Er komt wederom een nieuwe Zomerse bui aan en dat maakt de bui die nog niet klaar is, nog natter. Op een zwart geteerde meerpaal heeft iemand een rode vlag bevestigd. Een signaal naar de Samenleving. Maar de meeuwen malen er niet om, noch de school makrelen die net onder de oppervlakte van het bruine kanaalwater voorbij deint.

De vlag laat zich inmiddels niet onbetuigd en danst samen met de Westenwind een fijne Tango xe0 l'improviste.

De Hemel houdt nog niet op en voert alsmaar nieuwe grauwe hemelen aan. En achter de ramen staren de vakantiegangers naar buiten en buigen zich maar weer over hun uitgelezen boek. Boven de H. Brigidakerk donkert het nog, een enkel blauw opvlammend veld draagt een wolk die bijna kantelt van de zompigheid.

Voor de openstaande buitendeuren van de Basiliek staat een zwarte glanzende Amerikaan. Het vele chroom is bezaaid met regenstippels en druppels. Over het dak van de lange wagen loopt een mooie brede verchroomde sierband waarin de wolk zich deels weerspiegelt.

In het Maria kapelletje, net naast de ingang, is het schip van de Kerk deels te zien, de kerkbanken zijn nu gevuld met hoofden, als een veld vol bloemkolen.

Een stem door een microfoon memoreert gedenkwaardigheden over de overledene. De hoofden neigen, zakdoeken worden ontvouwd.

Het intieme Kapelletje is gewijd aan de Heilige Maagd Maria. Ze is uitgevoerd in fijngesneden hout. SAM_2944

Voor haar houten tenen staat een rij rode kaarsjes met gele vlammetjes. Het tocht hier niet, alle vlammetjes staan overeind als Kerktorens wijzend naar de troostrijke Eeuwigheid. De zes rijen houten banken staan allen gericht naar de Heilige Maagd. E?n vrouw zit vooraan met devoot prevelende lippen, lippen waar ongetwijfeld al zoveel woorden gepasseerd zijn. Boven haar fonkelen de kleuren in ronde gebrandschilderde glas- in lood ramen.

Een vaas met rode gladiolen gloeit op in het kaarslicht en hier in deze gewijde verstilde ruimte verwijlen de gedachten zonder overschakeling naar die oude Kerk in Auvers sur Oise.

Daar staan in het door de gebrandschilderde ramen gefilterde daglicht op het hoofdaltaar nu ook rode gladiolen in een zilvren vaas.

Achterin die kerk, achter het linker raam, weet men het slingerende weggetje dat de heuvel verlaat en met een bocht om het kerkhof in de velden, uit zicht verdwijnt. Daar boven de velden fladderen al generaties lang de kraaien.

Tussen de korenvelden klimt het pad nog steeds naar het verschoten bos onder de helling naar le Chxe2teau d' Auvers.

Hoog boven de vele zwijgenden in deze Basiliek laten de bronzen klokken zich horen. De deuren zwaaien open, de mensen volgen de kist in sombere ganzenmars.

Boven de maxefsvelden tuimelen de kraaien.

 

 

 

 

 

 

28 July 2011
By on 20:34
Back to Black

Een nevelige sproeiregen maakt de Hemel hier diep grijs. Ver weg daarachter weet men de Eeuwigheid, waar Licht en Vreugde heerst. De rivier licht zilvergrijs op, alsof de hemel haar plaats even inneemt. En op dit moment spookt Back to black weer door mijn hoofd en ziel: die stem van haar………….. alsof de Eindigheid eindelijk een Stem heeft gekregen.

Het pontje x93de Drechtstedenx94 vertrekt wederom met natte slappe driekleur schuin naar de overkant, het noppige achterdek glimt van de regen. De nog intensere nevelregen maakt dat het dorp aan de rivier nu in een nauwsluitend donker nachtjaponnetje gestoken lijkt. De huizen, gebouwen en de boomgroepen verworden tot een eenduidig zwijgend silhouet, waar een gedicht uit kan ontstijgen.

De vastberaden kerktoren van Krimpen aan de Lek steekt er bovenuit en wijst omhoog. Daarbinnen in die kerk zal het geruis van de regen bij de glas in loodramen te horen zijn, de koelte van de lege houten kerkbanken voelbaar. De stilte van de zwijgende orgelpijpen waar Bach zoveel uit is ontstegen zal dansen met de stofdeeltjes onder de bogen van de gewelven,voorbijde hoge glanzende Kansel met het bronzen leeslampje, waar de Waarheid en niets dan die Waarheid verkondigd wordt.

Hier aan deze zijde van die eindigheid, naast de steiger, ligt het lege grasveld achter het hoge hekwerk nog op de eerste graafmachine te wachten.

Een ekster, overtuigend in zwart, blauw en wit gestoken, is er nu heer en meester. Bedachtzaam hiptie over de grashalmen, zonder op de oneffenheden van het veld met zijn vederen lijf te wiebelen!!!!! Hij snavelt geconcentreerd naar wormpjes en andere creaturen.

Naast dit veldje was nog niet zo heel lang geleden een Scheeps sloperij. De namen van die gedeukte en afgebladerde schepen riepen herinneringen op aan Slauerhoff. Maar nu torent hier een 17 verdiepingen tellend Appartementen blok.

De Tijd duwt het Verleden hier zonder pardon op zwart wit foto's het streekmuseum in. Nederige dijkhuisjes, het winkeltje van ome Ko, het oude doktershuis en de roestige werf Schram waar klinkers klonken. Allemaal staan ze nog slechts op foto's of schilderijen. De mannen uit die dijkhuisjes en uit het dorp daar beneden liepen in blauwe ketelpakken naar die werf of verderop naar Boele of Verolme.., sommigen nog voortlevend in boeken over vroeger. Ook daar staan nu, met de borst vooruit, woontorens over de rivier te staren.

De spitsen zijn vrijwel verdwenen, steeds forsere containerschepen, met de blik op de satelliet gericht, varen nu het water dun. in het oplichtend grijs ploegt een slepertje zonder sleep voorbij. Het bootje verlaat de Noord met een hoekige zijdelingse beweging en duikt met schuimsnor de Lek op. Het water blijft hetzelfde. De schroef weet er wel raad mee.

Ik heb, even is dat toch helaas, geen linnen en tubes bij me. De kleuren blijven dus ongemengd in mijn geest achter, als diepgrijze woorden die dat blijven moeten. Want in deze grauwheid is zoveel kleur.

Back to Black.

 

(Back to black: Amy Winehouse)

Slikkerveer 26 juli 2011

26 July 2011
By on 20:09
slak met regenmantel

De beregende slak

het is een regenrijke morgen in de vakantiemaand van dit jaar. De maand wordt er nog beroemd mee zijnde de natste maand sinds de Zondeval op die kokendhete dag. de straattegels glanzen zonder uitzondering. De tuinstoel, bestipt met mussenpoep, wordt er vaag en rommelig in weerspiegelt

Een slak glijdt voorbij.

Ze is nog zonder boeggolfjes, want zo hard regende het nog niet. Nooit zag ik een slak met boeggolfjes over straat sluipen. Het wordt tijd voor een stilleven van dien aard.

Slak gaat vooruit in een regelmatig en zelfbewust tempo. Wat zal ze lachen als ze hoort hoe de mensheid haar snelheid noemt. Ach, zou ze kunnen denken, mensen zijn zo beperkt dat ze alle dieren menseneigenschappen toekennen, om ze vervolgens daarop af te rekenen.

Hier aan de droge kant van het keukenraam bekroont de radio de stilte met de Mondscheinsonate van Beethoven. (Lopik deed het nog op dit moment) Maar de verse koffie verjaagt mijn kater niet. (I just don't seem to drink you off my mind.

De slak heeft met deinend kopje nagedacht over de te nemen route en voilxe0 daar is haar besluit: diagonaal glijdt ze voorwaarts met voor de sprieten in totaal 9 tegels.

De sprietjes trillend in het zwerk. voor een slak begint de hemel immers veel eerder dan de Mensenhemel. Slak glijdt zichtbaar lekker voort over de natte tegels. een zeer aanwezig schrijver zou haar ook nog tevreden laten mompelen of neurixebn maar dat doe ik deze keer niet.

Tis trouwens intrigerend verdeeld in de natuur. Een duif bijvoorbeeld moet bij iedere schrede haar kopje heen en weer bewegen, een slang slingert zich voorwaarts, een mens: ach dat weet men wel. Een slak moet in een tempo ergens geraken terwijl de merels en andere snavelgangers loeren op zo'n welldone boutje. Waarom krijgt zo'n beest niet de gave mee explosief snel weg te spurten.

Zo is slak gelijk de tamme patrijzen die gefokt werden voor de jachtlust van nu wijlen ZKH Prins Bernard.

De koffiegeuren beginnen inmiddels prikkelend in de keuken te zweven. maar de koffie verjaagt de kater niet. Buiten op tegel 7 is slak inmiddels aangekomen. En haar verbazing is alom want op tegel 5 nadert een andere slak haar richting uit.

Daar moet ze eens even goed over nadenken.

En de regen blijft vallen, beide slakjes hebben een jasje aan van regen. En daar zijn ze maar wat trots op die regenslakken.

 

18 July 2011
By on 18:14